Interview Doris Vidda directeur Akwaaba Zorg

Je kon nog nauwelijks lopen in zijn huis. Het stond vol met spullen die hij van de vuilnis wegnam. ‘Om mee te nemen naar Ghana’, bleek later. Cordaan wist niet zo goed wat ze met deze man aanmoesten. Hij sprak amper een woord. Uiteindelijk kwam hij naar de dagopvang bij Akwaaba Zorg waar hij met open armen verwelkomd werd door Doris Vidda en haar team. ‘Hé Daddy, akwaaba! Ay-ta sein, kom binnen! Ga lekker zitten!’ In het begin reageerde hij stoïcijns maar uiteindelijk begon hij te ontdooien. Nu komt hij lachend binnen en … hij praat weer!

Akwaaba betekent ‘welkom’ en Ay-ta-sein ‘hoe gaat het’

Grote groei

De positieve ontwikkeling bij deze Ghanese man is slechts een van de succesverhalen van de thuiszorgorganisatie Akwaaba die naast thuiszorgdiensten drie maal per week dagopvang verzorgt. De aanpak door mensen in hun eigen taal en gewoonten te benaderen blijkt te werken. ‘Iedereen verandert’, vertelt Vidda glunderend. De dagopvang waar volgens een vast stramien activiteiten worden ondernomen zijn met zeventien mensen alle dagen vol. Vidda wil verhuizen naar een grotere ruimte. Daar zou ze graag de groep splitsen naar Engelstaligen en mensen die vooral de tweede officiële taal van Ghana het ‘Twi’ beheersen. De deelnemers van de dagbesteding komen vanuit heel Amsterdam. ‘Daar hoef je niet veel voor te doen. Dit soort nieuws gaat heel snel binnen de Ghanese gemeenschap’, legt Vidda uit.

Iedereen is welkom

Thuiszorgorganisatie Akwaaba zorg is voortgekomen uit het vrijwilligersproject Vice Versa dat zich vanaf 1998 inzet voor hulp bij (opvoed)problemen van voornamelijk Afrikaanse bewoners van Amsterdam Zuidoost. Akwaaba betekent welkom. En met welkom bedoelt Doris Vidda dat íedereen welkom is. Dus ook Nederlanders. Niet voor niets is er gekozen voor een logo met een donkere hand die verstrengelt is in een lichte hand. Ondanks dat de dagopvang bedoeld is voor betalende cliënten komen er ook mensen zonder ABWZ-indicatie. Soms zelfs met connextionbusjes waar Vidda dan de rekening voor krijgt. ‘Ik kan ze niet weigeren’, zegt ze met een glimlach. ‘Het zijn eenzame mensen en dit brengt structuur in hun leven.’ Ze zou graag zien dat ze middels subsidie hiervoor een vergoeding voor kan krijgen.

Akwaaba II

Ja zeggen, nee doen

De ongeveer dertig cliënten die thuiszorg krijgen via Akwaaba worden geholpen door hulpverleners van Ghanese afkomst. Dit vooral om het taalprobleem op te vangen en opdat je de cliënten sneller begrijpt vanwege hetzelfde referentiekader. Zo had Doris Vidda eens te maken met een Ghanese vrouw die dacht dat een Nederlandse hulpverleenster van bureau jeugdzorg haar en haar kinderen wilde vermoorden. Ze was daar stellig van overtuigd. Vidda werd ingeschakeld om te bemiddelen en wist tot haar door te dringen. ‘Vaak heb je te maken met mensen met een laag opleidingsniveau. En soms ook met cliënten met een licht verstandelijke beperking. Waar dat bij Nederlanders vaak al op jonge leeftijd gediagnosticeerd is, is dat in Ghana niet gebruikelijk’, verklaart ze. Vidda wil graag samenwerken met andere hulporganisaties in plaats van concurreren. Want naast dit wat heftige voorbeeld spelen er regelmatig andere communicatieproblemen. Zo zal een Ghanees vaak lachend ‘Ja, ja, ja’ knikken om vervolgens de afspraken met de hulpverleners niet na te komen omdat hij het niet begrepen heeft. Dit leidt tot veel frustraties en onbegrip tussen beide partijen. ‘Het Kenniscentrum Multiculturele Ouderenzorg kan hier een belangrijke rol in spelen’, aldus Vidda. ‘Een plek waar zorginstellingen elkaar kunnen vinden en kennis kunnen delen en waarbij het stadsdeel de regie houdt.’ Een van de eerste speerpunten voor Vidda is het opkomen voor ouderen zonder AWBZ-voorziening. ‘Ook deze mensen verdienen een plek.’

Doris Vidda kwam in 1981 als drieëntwintigjarige naar Nederland. Nadat ze –zonder succes- een baan zocht in het bankwezen kreeg ze drie kinderen. Ze volgde ondertussen Nederlandse les en deed een aantal beroepsgerichte opleidingen. Ze kwam hierdoor in de kinderopvang terecht. Ze klom op en werd mede verantwoordelijk voor het opzetten van het Ouder- en Kindcentrum in Amsterdam Zuidoost en het opstarten van de voorschool. Tussentijds studeerde ze bij Institute of Social Studies aan de Erasmus Universiteit. Sinds 1998 is ze verbonden aan de stichting Vice Versa waar ze (opvoed)problemen die onder de Afrikaanse gemeenschap spelen, poogt te beteugelen. In 2005 kreeg Vice Versa een thuiszorglicentie. In 2013 veranderden ze de naam in Akwaaba zorg omdat de naam Vice Versa te veel geassocieerd werd met vrijwilligerswerk.